3.5 Tentoonstelling "Verdwenen buurtsschappen"

Op zaterdag 17 maart is onze nieuwe tentoonstelling "Verdwenen buurtschappen" geopend. De tentoonstelling gaat over verdwenen buurtschappen ten noorden van de Groene Kruisweg, zoals de Tol, het Sluisje, de Groenedijk, de Hil en de Slotschedijk/Slotvalkensteinsedijk.

Onderstaand een korte terugblik op de verschillende buurtschappen, waarover de expositie vertelt.

"De Tol"

"De Tol" bevond zich tot begin 20e eeuw op het punt waar de Reedijk aansloot op de Rijsdijk. Rijsdijk, Reedijk, Schulpweg was de route van Rhoon naar Rotterdam. Direct bij het tolhek was een café, waar voorbijgangers behalve tol betalen, konden rusten en wat eten of drinken. Naast het café was een boerderij. Begin 20e eeuw waren beide gebouwen bewoond door leden van de fam. Dits (foto te zien op de expositie). Rond de tol waren in de loop der tijden woningen gebouwd zodat hier een gehucht ontstond met deze naam. Er waren behalve het café ook een kruidenierswinkeltje, een paar boerderijen en een aantal woonhuizen.

Een anekdote:

De mensen die met hondenkarren hun producten naar de stad brachten, spanden soms vóór de tol hun honden uit en lieten deze los door het tolhek lopen om zo 2 centen uit te sparen. Loslopende honden waren namelijk niet tolplichtig. De baas duwde zelf de kar door de tol, floot daarna de hond en spande hem weer in.

Er waren heel wat mensen in de dorpen rond de stad die hun waren in de stad gingen slijten of naar de markt brachten. Soms gingen ze met een kruiwagen, een hondenkar of, als de zaken goed gingen, met paard en wagen. Ene Piet v.d. Ent uit Rhoon was één van hen. Uit zijn activiteiten groeide later een bodedienst, grossierderij in dranken, transportbedrijf, wat weer later uitgroeide tot een groot verhuisbedrijf.

Een andere v.d. Ent bracht ook waren naar de stad en daaruit groeiden twee kruidenierswinkels en een boerenbedrijf. Uiteindelijk groeide één van de kruidenierszaken uit tot de huidige A.H.-vestiging in Rhoon.

Ene Toon van Overbeek bracht boter en eieren en klompen naar de stad. Hij maakte de klompen zelf met hulp van personeel. Zelf woonde hij op het Rhoonse Veer in Poortugaal. Een andere voorbijganger van de tol was de brandweer uit Rotterdam-Charlois met een brandweerwagen getrokken door paarden. Zij kwamen Rhoon op Tweede Pinksterdag 1905 te hulp bij een grote brand bij de N.H.-kerk. Daar brandde een boerderij af en de kerktoren gedeeltelijk. Ik neem aan dat zij geen tol behoefden te betalen!

Terug naar de "De Tol". In 1930/'32 werd de Groene Kruisweg aangelegd. De Reedijk verloor toen zijn belangrijke functie, de tol zelf was al eerder opgeheven. Naast de Reedijk lag het vliegveld Waalhaven, dat in 1939/'40 ook als militair vliegveld werd gebruikt. De Duitse bezetters namen dit in mei 1940 over en de Reedijk, evenals het vliegveld zelf, was van '40 tot '45 spergebied.

Rond 1970 verdween het gehele gehucht "De Tol", evenals het iets noordelijker gelegen gehucht "Het Sluisje" van de kaart i.v.m. de aanleg van de A15.

Vanuit Rhoon kruiste men op de Reedijk, ca. 100 m. voorbij de tol, het riviertje De Koedood, dat de grens vormde tussen Rhoon en Charlois. Deze grens verviel in 1934 toen Pernis, Hoogvliet en delen van Poortugaal en Rhoon door Rotterdam geannexeerd werden.

De bewoners van een groot deel van de Rijsdijk en Groenedijk werden toen van de één op de andere dag Rotterdammers. Ook een groot deel van Poortugaal-Noord werd toen Rotterdam (de Slotsche- en Slotvalkensteinsedijk, de Hil, Het Weitje van Rondom en de Pernisseweg).

 

"Het Sluisje "

Enige honderden meters noordwestelijk van "De Tol" lag nóg een gehucht, t.w. "Het Sluisje". Waarschijnlijk heeft deze buurtschap haar naam eraan te danken dat er een uitwateringssluis was vanuit de polder "Het binnenland van Rhoon" op de Koedood. In de 20e eeuw stond daar een gemaal, alsmede een zeer oud gebouw, dat het veerhuis genoemd werd. Het werd in 1944 door de Duitse bezetters verbrand, evenals het gemaal en bijbehorend woonhuis en ook het woonhuis van Cornelis Barendregt, directeur van de vlasfabriek. De heer Barendregt en nog zes bewoners van "Het Sluisje" werden gefusilleerd.

Het veerhuis herinnerde er waarschijnlijk aan, dat hier ooit een veer geweest is over de Koedood naar Charlois, voordat er een brug was in de Reedijk. Destijds was de Koedood een grote brede rivierarm. Verder stonden er hier een aantal woningen en één of twee boerderijtjes. Het belangrijkste van "Het Sluisje" was in de 20e eeuw de vlasfabriek, eigendom van een "grote" boer (klein van stuk maar met grote boerderijen, veel land en ook veel kinderen), n.l. Jacob Barendregt. Zijn oudste zoon was in de jaren '30/'40 directeur-bedrijfsleider van de vlasfabriek. De boerderij van Barendregt stond bij de kruising Kleidijk-Rijsdijk. De boerderij en de vlasfabriek zijn in de 20e eeuw ten minste 2 x afgebrand. Ook zijn er in de nieuwe tentoonstelling foto's van het oude veerhuis, het gemaal, woningen en diverse gebouwen van de vlasfabriek.

"Slotschedijk"

Ook in Poortugaal-Noord waren dergelijke buurtschappen, al waren die niet zo bekend onder een bepaalde naam, maar de Slotschedijk was wel zo'n buurtschap, waar zelfs een buurtvereniging actief was. Het bekendste punt was "De Halve Maan", een café aldaar, dat ook wel als plaatsaanduiding werd gebruikt. Café "De Halve Maan" stond aan de verbindingsroute tussen Pernis en Rhoon. De afstand tussen beide dorpen was ca. 5 km., niet zo ver, maar in vroeger tijden toen bijna iedereen zich te voet moest verplaatsen, kon men in het café even rusten en wat drinken. Het was ongeveer halfweg tussen Rhoon en Pernis. Het café had een uithangbord, waarop stond:

"Vriend blijft een weinig staan - rust wat in de Halve Maan".

Dat vriendinnen misschien ook wat zouden lusten, kwam toen nog niet in de mensen op. In de jaren vijftig is het café gesloten bij gebrek aan klandizie, de route Pernis-Rhoon had haar belang verloren, er kwamen andere middelen van transport en andere wegen, zoals de Vondelingenweg, de Groene Kruisweg en nog later de A15, de metro enz. Ook werd een groot deel van de omgeving omgevormd tot haven- en industriegebied.

Het belangrijkste van deze buurtschap is natuurlijk geweest dat hier ooit het kasteel "Valckesteyn" gestaan heeft, dat echter al in 1826 werd afgebroken, en wel zo grondig dat daar niets meer van te vinden is. Er zijn nog funderingsresten van twee torens in de grond (niet zichtbaar, behalve op foto's). Er is op deze plek puin en andere troep gestort en de plek is door struikgewas en wilde bramen overwoekerd. Wèl zijn er in de loop van de 20e eeuw enkele malen opgravingen in de omgeving gedaan, die een flink aantal bodemvondsten, zoals kruiken, een dolk en andere gebruiksvoorwerpen uit de 14e/17e eeuw hebben opgeleverd. Een deel van deze voorwerpen is te zien in de Oudheidkamer. De namen Slotschedijk en Slotvalkensteinsedijk herinneren nog aan het kasteel. Verder trof men ook in deze buurtschap enige boerderijen (o.a. Groeneveld "kakelverse eideren"), veel tuindersbedrijven en een flink aantal woningen aan, gesitueerd in lintbebouwing langs de dijken.

"De Hil" of "Hilleweg"

De Hil of Hilleweg was een weg die lag tussen de Jachtdijk en Hofdijk (nu Ring genaamd) in Pernis. Hij viel ook binnen het in 1934 door Rotterdam geannexeerde gebied en heette vanaf dat moment Tijkenweg (genoemd naar Pieter Johan Tijken, één van de latere bewoners van kasteel "Valckesteyn") omdat men in Rotterdam al straten had met Hil of Hille erin. Vóór de annexatie was de Hilleweg de grens tussen Poortugaal en Pernis, aan de Poortugaalse kant bebouwd met een aantal boerderijen en boerenarbeiders-woningen. De grens lag verder langs de Groene Strienwaalscheweg overgaand in de Platte Driedijk, richting Hoogvliet en kruiste daarbij de Pernisseweg-Sluisjesweg, later burgemeester Van Esstraat want ook Sluisjes had men in Rotterdam al (Sluisjesdijk). De kruising van deze wegen was niet een simpel kruis, maar de wegen waren rondom een terrein in het midden gelegd, dat noemde men "Het Weitje van Rondom". Tot 1934 behoorde het Weitje tot de gemeente Poortugaal.

Roelof Dubel, bestuurslid.