Nieuwsbrief nr. 7 – januari 2009

 

7.1 Van het bestuur. 

Als u dit leest is het jaar 2009 al weer enkele weken oud. Het lijkt wel of de tijd steeds sneller gaat bij het verstrijken der jaren. “Uren, dagen, maanden, jaren snellen als een schaduw heen “ zo begint dan ook een al oud lied, waaruit blijkt dat dit in tijden ver voor ons ook al het gevoel was.

De Oudheidkamer kan terug zien op een fijn jaar met veel activiteiten waarbij we betrokken waren, zoals : de Polderdag, Monumentendag, en de dia-voorstellingen in de verzorgingscentra “Hooge Werf” en “De Klepperwei”.

Het hoogtepunt van 2008 was wel de ingebruikname van de traplift, geschonken door Woningbouwvereniging “Poortugaal”, waarmee een lang gekoesterde wens in vervulling ging.

Ook mochten we weer een aantal nieuwe donateurs begroeten, of eigenlijk moet ik zeggen “Vrienden van de Oudheidkamer “.

Onze unieke glas-in-loodramen die tijdens de jaarwisseling 2007-2008 zwaar beschadigd werden, vermoedelijk door vuurwerk, zijn afgelopen zomer gerestaureerd en staan weer in volle glorie te pronken in onze tentoonstellingsruimte.

De huidige tentoonstelling “20 jaar  Oudheidkamer” is nog te bezichtigen t/m zaterdag 31 januari 2009.   Vanaf 1 t/m 13 februari 2009 zijn we gesloten om de nieuwe expositie in te richten. Vanaf zaterdag 14 februariom 14.00 uurbent u van harte uitgenodigd om de nieuwe tentoonstelling te komen bezichtigen. Hierin wordt o.a. aandacht besteed aan 80 jaar bejaardenreizen in Poortugaal met veel foto’s. Tegelijkertijd zullen foto’s van de bejaardenreizen in Rhoon worden getoond. Het wordt weer een mooie expositie en we rekenen dan ook op uw belangstelling. Ook zullen we dit najaar aandacht besteden aan het 100-jarig bestaan van het Delta Ziekenhuis, voormalig Maasoord, de inrichting die zo nauw verbonden is met onze beide dorpen.  

Namens alle medewerkers van de Oudheidkamer wens ik u een voorspoedig en vooral gezond 2009!

 

Arie Beukelman, voorzitter.

 


7.2 Reisjes Ouden van Dagen

Op 26 september 1929 vond in Poortugaal het eerste dagreisje plaats voor de zgn. “Ouden van Dagen”. Dit jaar dus 80 jaar geleden.

Middels enkele stukjes in onze Nieuwsbrief wil ik u laten zien hoe een en ander tot stand is gekomen en inmiddels uitgegroeid is tot hele leuke dagtochten met 2 of 3 bussen, want u begrijpt dat met auto’s zoiets tegenwoordig niet meer mogelijk is.

Eind jaren ’20 liepen burgemeester Van der Poest Clement, dokter Greup sr. en de heer R.K. Smits al enige tijd rond met de gedachte om in onze gemeente wat voor de ouderen boven de 70 jaar te doen. Voor mensen dus die heel hun leven hard gewerkt hadden (voor een laag loontje in die armoedige tijd). En vakantie of iets dergelijks was er helemaal niet bij. Gedacht werd toen aan een reisje met auto’s.

Veel auto’s waren er toen nog niet in ons dorp, maar het was te proberen. De heer Smits, die in bijna alle verenigingsbesturen in Poortugaal zitting had, werd ook nu weer tot secretaris van het comité benoemd en deze volijverige man benaderde een 10-tal inwoners die in die tijd al in het bezit waren van een personenauto. Een en ander vond plaats onder de naam van de Oranjevereniging “Nassau” in Poortugaal, een zeer belangrijke vereniging destijds.

Hij verzocht de eigenaars hun auto’s beschikbaar te stellen voor het tochtje; dat lukte ten slotte en op 20 september (6 dagen vóór het geplande reisje) vond ten huize van de heer Jonker (cafébaas van “Het Wapen van Poortugaal”) ‘s avonds 20.30 uur zomertijd de laatste vergadering van “Nassau” plaats met 4 agendapunten, t.w.:
1.      Opening en notulen vorige vergadering.
2.      
Autotocht “Ouden van Dagen”.
3.      
Rondvraag.
4.      
Sluiting.

Niettegenstaande de zeer korte tijd kwam alles toch voor elkaar en vertrok men op donderdag 26 september 1929 onder zeer grote belangstelling vanaf de Molenweg (thans F.v.d. Poest Clementlaan) met 16 mannen, 5 vrouwen, 8 bestuursleden en één wijkzuster.

Hoe het verder ging kunt u aan de hand van het verslag van de heer Smits volgen:

“10.00 uur van Poortugaal vertrokken, de mannelijke Ouden van Dagen en chaffeurs ontvangen ieder sigaren en de vrouwen een snoepje voor onderweg.
Vervolgens door Rotterdam via Waalhaven, doortocht door Rotterdam zeer vergemakkelijkt door den hulp van een motoragent. Dan via Hillegersberg naar Bleiswijk, waar drie kwartier gestopt is en alle deelnemers koffie is aangeboden en dan naar Leidschendam. Bij het passeren van al deze dorpen, wapperde uit zeer veel huizen de vlag, wat voor de oudjes een gezellig aanzien gaf. De Commissaris van H.M. de Koningin moest deze plaatsen namelijk bezoeken.
Van Leidschendam naar Wassenaar, mooie omgeving. In Wassenaar een zeer gezellige en overvloedige disch aan de Ouden aangeboden in “Den Deijl”.
Gedurende deze maaltijd een telegram met dankbare groet aan den Eere Voorzitter, den Edelachtb. Heer Burgemeester van Poortugaal namens allen gezonden. (Dit telegram ziet u op de volgende bladzijde afgebeeld).Vervolgens eenige foto’s van het geheele gezelschap genomen (eveneens onderstaand afgebeeld), waarna de prachtige omgeving van Wassenaar is bezichtigd en vervolgens naar de “Boulevard” in Scheveningen; hier waren nog zeer vele menschen vanwege het mooie weer aanwezig. De Boulevard met de auto van het begin tot het eind 2 x overgereden.
Vanwege het ver gevorderde uur moest van de bezichtiging van het Westland worden afgezien. Daarna via Rijswijk, Delft en Overschie, waar in Café “De Zweth” een kopje thee werd gebruikt door de deelnemers, naar Rotterdam en over de Rijsdijk in Rhoon naar Poortugaal.
De stemming bij de Ouden van Dagen was den geheelen dag uitstekend. Aankomst Poortugaal. Veel belangstelling. Een woord van dank door de Eere Voorzitter alsook door A.v. Straaten, alle deelnemers bedankten het Bestuur na het gebruiken van een consumptie en werden thuisgebracht.”

Wordt vervolgd.

Izak Konings, penningmeester.

 


 

7.3 Nieuwe aanwinsten

In het afgelopen halfjaar hebben we weer een aantal artikelen ten geschenke of in bruikleen gekregen.

Van de gemeente Albrandswaard kregen we o.a. twee schilderijen van Herman Bieling in bruikleen, die nu bij de twee schilderijen die al in ons bezit waren hangen in de “stijlkamer”.

  

Voorts kregen we in langdurige bruikleen een miniatuur hoedenwinkel en een stoffenwinkel, die we binnenkort zullen tentoonstellen.

In ons bezit kwam een soort klompje, waarvan gezegd werd dat het hier om een stuk griendwerkers-gereedschap zou gaan.  We horen echter ook andere berichten, Misschien kunnen de lezers hier duidelijkheid over geven.

 

1 jeneverkruik delfts, Blue Band
1 handtas plastic Tiger Gold Medal
1 avondtasje, zwart, kraaltjes
1 avondtasje petit point
1 avondtasje, zwart met parels- goud
2 beursjes petit point
1 spiegeltje petit point
1 etuitjes met rits petit point
1 manicuresetje trousse toilette
1 Fancy Pocket Mirror in doos
Wijnfles Willem van Oranje
Houten handklomp voor griendwerkers?
Sluisklompje??
4 Verkade-albums: Lente, Zomer, Herfst en Winter
58 miljoen Nederlanders
2 breiboekjes
Pyjamazak “Goede Nacht”.
Zakdoekentasje
4 tegels in lijst medische beroepen
4 tegels in lijst alchemist
2 tegels in lijst apotheker
Begraven in en om de kerk in Poortugaal (uitgaven van Zuid-Hollandse Genealogische vereniging Ons Voorgeslacht)
Duivelander 1998 – Gemeentehuis Poortugaal

Herdenkingsmunt 100 jaar vorstinnen op munten en penningen
Koop: Boek: Rijtuigen op Stal
Schilderij Koninginnedag Poortugaal van H. Bieling
Schilderij stal Bethlehem van H. Bieling
Kaart van Merwede en Maas
div. foto’s, opgeplakt.
Miniatuur hoedenwinkeltje
Miniatuur stoffenwinkeltje
Aardewerk boterspaan
2 rouwspelden
2 mutsenspelden
2 rachelhaakjes (om schilderijtje opgehangen)
Blik met afbeelding Maastunnel
Rouwhorlogeketting
Pakje briljant glansstijfsel
Prijsbeker kippenfokwedstrijd 1932 A. v.d. Sluis
Doosje met kerstboomkaarsjes
Beker 1913 100 jaar Nederland onafhankelijk
2 houten boterspanen
CD Albrandswaard door een lens Foto’s Albrandswaard oud en nieuw
Zilverkleurig metalen theepotje met rieten handvat

 

Annie van der Veen, secretaris


7.4  Zalmvisserij Klein Profijt.  

De naam Klein Profijt is vooral verbonden aan de vroegere zalmvisserij, toch is de naam al veel langer in Rhoon bekend. Als op 4 oktober 1821 de nalatenschap van Jacobus Tromer en zijn vrouw Maria Bogaard gescheiden wordt, krijgen Maria Susanna en Jacobus Tromer van hun grootvader huis, tuin en erve aan de Dorpsdijk genaamd “Klein Profijt”. Dit is het huis waar nu dierenarts Leen den Otter woont.

Klein Profijt is tegenwoordig vooral bekend als natuurgebied, in 1862 werd hier de zalmvisserij “Klein Profijt” gesticht. In vroeger tijden was het recht van visserij op de rivieren in handen van enkele families zoals de Bentincks van Rhoon en Willem Joseph van Brienen van IJsselmonde. Zij verpachtten de visserij aan de meest biedende. Dit bleef zo tot de Franse tijd van 1796, na die tijd werd het eigendom van de Staat en verpacht door de Domeinen. Eens in de 5 jaar vond de verhuring plaats, dit gebeurde openbaar en werd aangekondigd in de dagbladen als volgt: “Staatsvisscherij met de zalmzegen in de Oudemaas, verhuur voor de tijd van vijf jaren.”  

In 1904 verhuisde de zalmvisserij “Klein Profijt I” naar de Bosschedijk onder Oud-Beijerland aan de overkant van de rivier waar men tot 1919 de zalmvisserij bedreef. Nu is hier een natuurbezoekerscentrum gevestigd waar op de 1 e verdieping een permanente tentoonstelling is over zalmvisserij.  

De zalmvisserij werd al van oudsher bedreven op de rivieren die het eiland IJsselmonde omspoelden. Al in 1559 werd in de Rijksdag te Worms geklaagd dat de vissers aan de benedenloop van de Rijn met te fijnmazige fuiken en netten visten zodat vrijwel geen zalm meer de bovenloop van de rivier bereikte. De paaitijd van de zalm is van september tot januari in de bovenloop van de rivieren, op de grindachtige bodem wordt de kuit afgezet. Na een jaar trokken de jonge zalmen naar zee om op ruim tweejarige leeftijd weer naar de rivieren terug te keren om te paaien. Na 5 jaar kunnen ze een lengte van wel 1.50 meter bereiken met een gewicht van boven de 30 kilo.

De zalm is altijd een dure vis geweest en nooit, zoals b.v. de haring, volks voedsel. Het is dan ook een fabeltje, dat overigens steeds weer herhaald wordt, dat dienstbodes die zich verhuurden, bedongen dat ze niet meer dan eenmaal per week zalm wilden eten!  

Op IJsselmonde waren de zalmvisserijen, “Klein Profijt I” Rhoon, “Klein Profijt II” te Hoogvliet nabij de latere Spijkenisserbrug, “Oranje Nassau I” onder Pernis, bij IJsselmonde “De Merode”, onder Puttershoek “De Volharding” en in het Spui onder Nieuw-Beijerland “Spuistroom”. Onder Goudswaard in het Spui nog de zalmzegenvisserij “De Beuningen”. Men kende de drijfvisserij en de zegenvisserij, ook werd de staalvisserij beoefend, men plaatste dan een aantal lange stokken in de rivier, waartussen fuiken werden bevestigd.  

Naast zalm werd er ook veel elft gevangen, en een enkele keer een steur, de Zalmplaat en Elftplaat onder Poortugaal danken aan deze vis hun naam.  

Op Klein Profijt werd gevist met drie zegens (brede visnetten) waarvan er twee voortdurend in het water waren. Zodra men de een ophaalde, werd de andere overgetrokken, dit omdat men de zalm geen kans wilde geven verder te trekken. Aan de ene kant van de rivier liep een rails van ongeveer een kilometer lengte. Aan een kuil die hierover liep, werd één einde van de zegen vastgezet. Een raderbootje trok het andere gedeelte over en zo kwam men langzaam met de stroom mee de rivier afdrijven. Er werd alleen met eb gevist, de zalm trok dan tegen de stroom op en kwam in de zegen terecht. De rivier is ter plaatse 450 meter breed en omdat er een bocht in het net moest liggen was het net ruim 500 meter lang. De onderreep was verzwaard met stenen en lood en aan de oppervlakte dreven grote kurken. Bij het einde van de trek werd de zegen rondgetrokken en met een stoomlier naar de kant gehaald.

Van 15 augustus om 12 uur ’s nachts tot 15 oktober zelfde tijd was de zalmvisserij gesloten.

Het personeel werd ontslagen en kon in de landbouw gaan werken. Dit is de reden dat men in de registers van de burgerlijke stand tegenkomt dat iemand bij aangifte de ene keer als zalmvisser en op een ander tijdstip als landarbeider te boek staat.  

De laatste baas op de zalmvisserij “Klein Profijt I” was Arie Pieter Versteeg. Met de opkomst van de industrie en de komst van steeds meer motorschepen werd het water sterk verontreinigd, de temperatuur werd te hoog en er werden steeds minder zalmen gevangen.

Om een indruk te krijgen van de vangst nemen we hier de week van 26 juni 1906:
Oranje Nassau 251 zalmen
– Klein Profijt I 80 zalmen, waaronder 1 steur;
– Klein Profijt II onder Hoogvliet 130 zalmen;
– De Merode 83 zalmen en
– Spuistroom in het Spui 35 zalmen.  

Klein Profijt stopte met de visserij in 1919, de Volharding bij Puttershoek ging nog enige jaren door net als De Merode bij IJsselmonde die in 1924 met de zalmvisserij stopte. De meeste zalm die we tegenwoordig kunnen kopen komt uit kwekerijen, alleen Noorwegen telt 1.280 kwekerijen.

Met het verbeteren van de waterkwaliteit in de rivieren is er ook weer meer vis gekomen en wordt een enkele keer zelfs weer een zalm gevangen, dit zijn zogenaamde “dwaalgasten”. De tijd dat, zoals rond 1800, de zalm in enorme aantallen onze rivieren opzwom, is voorgoed verleden tijd. Ondanks alle inspanningen, zoals die van de Organisatie tot Verbetering van de Binnenvisserij, zal het nooit meer als vroeger worden.

Arie Beukelman, voorzitter

 

Bron: Gemeente Archief Rotterdam
Nieuwsblad voor de Hoeksche Waard
Van Brienenoord en Uw Broodje Zalm
Streekarchief Eiland IJsselmonde.


 

7.5 De geschiedenis van een middenstandsfamilie en hun bedrijf in Poortugaal.

Op 16 februari 1878 trouwde de Pernisser Jan van Luyk, geboren 19-02-1854, van beroep metselaar, met Sara Meester, geboren 08-12-1854, wonende in Poortugaal, waar zij met haar ouders woonde aan de Dorpsstraat no. 49, nu bewoond door Jan Sjouw (kleinzoon van Jan I) met zijn echtgenote Ina Bastemeijer.

Jan van Luyk, vanaf nu Jan I genoemd, vestigde zich in Poortugaal als metselaar-aannemer in hetzelfde pand als zijn schoonouders. Er waren ook nevenactiviteiten, zoals een kruidenierswinkeltje waar o.a. ook petroleum werd verkocht. Als er markt was in het dorp werden er alcoholische dranken verkocht en in de schuur waren boeren bedrijvigheden, zoals een paar koeien, varkens, kippen en zelfs 1 of 2 paarden.

In 1903 werd de stoomtrambaan aangelegd met een station in Poortugaal. Jan I bouwde daar het stationscafé en werd daar ook kastelein. Hij ging in het café slapen, zijn gezin bleef aan de Dorpsstraat wonen. De stoomtram is sinds 1968 verdwenen, het café is er nog en heet nu “De Magneet”.

Boven v.l.n.r.: Cornelis, Jan van Luyk I (vader), Jacob.
Onder v.l.n.r.: Jan II, Jannetje Meester-v.Luyk (oma), Johanna Marie, Arie, Pleun, Sara van Luyk-Meester (moeder) en Jannetje.

Jan I kreeg 9 kinderen, in die tijd een doorsnee gezin:

1.       Jacob, werd gemeentewerkman/nachtwaker/vuilnisman
2.      Cornelis, werd zelfstandig kolenboer, kolenloods bij tramstation
3.       Jannetje
4.      Jan II, werd metselaar en zette bedrijf van zijn vader voort
5.       Johanna Maria
6.        Arie, werd postbesteller in Schiedam, stierf jong door ziekte in militaire dienst in de Eerste Wereldoorlog
7.       Pleun, volgde zijn vader op als kastelein van het tramcafé en verwierf later de bijnaam Dikke Pleun
8.       Aagje Adriëtta
9.       Anton Felix, had transportbedrijf aan de Slotvalkensteinsedijk. 

Jan II, geboren 18-11-1882 trouwde op 21-11-1912 met Jaapje Louter, geb. 10-10-1885, dochter van Michiel Louter. Hij bleef zo in de sfeer van het beroep: metselaar huwt metselaarsdochter, boeren-boerendochters, onderwijzers-onderwijzeressen, enz. In 1913 bouwde Jan II een woonhuis met pakhuis aan de Molenweg, nu F.v.d. Poest Clementlaan, no. 51 van waaruit hij daarna zijn bedrijf uitoefende. In 1925 overleed Jan I en zette Jan II het bedrijf voort.

Jan II kreeg 7 kinderen:

1.       Saartje
2.        Rookje Cornelia
3.       Aagje Adriëtta
4/5     Machiel en Jan III (tweeling)
6.       Jacob
7.      Jannie
(Chiel en Jaap werden metselaar, evenals hun vader, en Jan III werd automonteur).

In 1926 overleed Jaapje van Luyk-Louter, 41 jaar oud, en bleef Jan II achter met 7 kinderen onder de 13 jaar. Er kwam een huishoudster om voor hen te zorgen.In 1942 overleed Jan II zelf en moest Chiel, 22 jaar oud, het bedrijf voortzetten met hulp van zijn broer Jaap, 19 jaar oud.

Chiel wilde eigenlijk architect worden. Hij kon goed leren, maar door het overlijden van zijn vader en oorlogsomstandigheden ging dat niet door. De gebroeders Chiel en Jaap bouwden de zaak uit tot een flink aannemingsbedrijf. Vanaf 1950 ging men ook zelf het timmerwerk verzorgen, daarvoor werd dat vaak gedaan door Cors Warnaar, Simonse of Jaap Verhoeff. In 1960 werd het pand aan de F.v.d. Poest Clementlaan verbouwd, de opslagruimte werd bij het woonhuis getrokken en ernaast werd een timmermanswerkplaats gebouwd.

Enige projecten door de firma Van Luyk gebouwd:
·        in 1906 de woningen aan de Toekomststraat, weer afgebroken in 1970 t.p.v. de huidige Willem Alexanderlaan
·          diverse villa’s aan de F.v.d. Poest Clementlaan
·         woningen aan de Kruisdijk
·         in 1930 als onderaannemer het metselwerk van de Gereformeerde Kerk en
·         veel burgerwerk, d.w.z. schoorstenen vegen, rioleringen ontstoppen, storm- en waterschade herstellen, zoals b.v. na de ramp in 1953 en
·         ook hadden zij enige industrieën als klant in het Botlekgebied.

Een heel belangrijke klant was ook de Woningbouwvereniging “Poortugaal”.

Het aanvragen van een bouwvergunning voor b.v. woningen aan de Kruisdijk ging vóór 1940 soms heel wat gemakkelijker dan nu. Jan II had al eerder huizen aan de Kruisdijk gebouwd. Als hij niet veel werk had, ging hij naar burgemeester F. v.d. Poest Clement en vroeg of hij weer een dubbel woonhuis mocht bouwen. De burgemeester zei dan, als ze hetzelfde worden als de andere, heb je toestemming: je kunt morgen beginnen.

Toen in 1975 Gebr. Van Luyk meer werk kregen dan ze aankonden, kwam Bram van Houten uit Heinenoord, pas als timmerman voor zichzelf begonnen, te hulp en ontstond een samenwerkingsverband. In 1985 nam Van Houten de zaak geheel over en enige jaren later werd deze verplaatst naar de Ambachtsstraat.

De Gebr. Van Luyk genieten nu van hun oude dag, Chiel met echtgenote nog steeds wonend op het adres F. v.d. Poest Clementlaan 51 en Jaap in Spijkenisse.

Roelof Dubel, bestuurslid.  


 

7.6  Het verhaal van een verpleger op “Maasoord” door Gerrit Panhuis.

Toen mij gevraagd werd of ik een stukje voor de Nieuwsbrief wilde schrijven, heb ik daar graag gehoor aan gegeven.

Mijn naam is Gerrit Panhuis, geboren te Amsterdam in 1931 en sinds 1953 inwoner van Poortugaal. In 1953 ben ik in dienst getreden van de toenmalige psychiatrische inrichting “Maasoord”. Wat verplegen op zich inhield, daar kon ik mij wel wat bij voorstellen, maar psychiatrische verpleging, dat moet je echt leren. Als jongen uit een grote stad moest ik mij ook gaan aanpassen aan het leven in een dorp. Het viel eigenlijk best wel mee, ik was toch niet zo’n stads mens. Het gemoedelijke van een dorp beviel mij wel. Ik vermaakte mij hier best en ging gelijk voetballen bij “Oude Maas” want zij speelden op het terrein van het ziekenhuis.

In het begin van mijn werk heb ik wel eens gedacht: Is dit wat ik zoek? Maar al doende leert men. Misschien was wel één van de voordelen, dat je werkte en leerde tegelijk.Ik kreeg al gauw wat vrienden, zowel door het voetballen als door het werk. In 1953 leerde ik mijn vrouw al kennen, maar van genegenheid was toen nog geen sprake. In die tijd had ik nog te veel wilde haren en dus te veel vraagtekens. De opleiding was streng, maar daar heb ik veel van geleerd. Buiten diensttijd heb ik altijd tijd vrij weten te maken om het de bewoners zo aangenaam mogelijk te maken. Toch dacht ik na 14 maanden, dat dit het niet was en hield het voor gezien.

Eén van de dingen, die ik altijd had willen doen, was gaan varen. De zee op en andere landen gaan zien. Dat ben ik inderdaad gaan doen, maar na 5 maanden was het alsof het ziekenhuis aan mij stond te trekken en ben ik de verpleging weer ingegaan. Een onderbreking waar ik geen spijt van heb gehad, maar het zou beter geweest zijn als ik dat niet had gedaan. Het was alsof ik nooit was weggeweest. Ook alle nevenactiviteiten pakte ik weer op.

Gedurende alle jaren van mijn dienstverband, maar ook nog daarna, ben ik door blijven gaan met het verrichten van vrijwilligerswerk ten dienste van het ziekenhuis en/of de bewoners. Vanaf de jaren ’60 heb ik, samen met wijlen de heer Plooster, een actieve rol in de organisatie en uitvoering van sportieve activiteiten voor de bewoners gehad. In die tijd was ik lid van het algemeen bestuur van de personeelsvereniging, was medeoprichter van het St. Nicolaasfeest voor kinderen van het personeel, mocht ieder jaar de rol van Sinterklaas spelen, en hielp mee bij de organisatie van het zomerfeest voor bewoners. Jammer dat dit niet meer bestaat. Verder feestavonden organiseren, muziek maken (vooral voor de oudere bewoners), dansles, verkeersles, het meelopen van de vierdaagse in Nijmegen enz. enz. Te veel om op te noemen, maar met veel plezier gedaan.

Inmiddels trok nog iets mijn aandacht, en wel de geschiedenis van het ziekenhuis. Ik heb er altijd veel moeite voor moeten doen, maar uiteindelijk heb ik dan een museum. Ik ben in het bezit van foto’s van vroeger en nu, gebruiksvoorwerpen uit de verpleging enz. Het is moeilijk om aan materiaal te komen, maar zo af en toe brengen de mensen wat. In de loop van de geschiedenis zijn er heel veel dingen zoek geraakt. Dus als u dit verhaal leest: ik houd mij aanbevolen voor materiaal van het ziekenhuis!

In 1958 ben ik getrouwd met de verpleegster, die ik in 1953 heb leren kennen. In 1960 kregen wij een dienstwoning aangewezen (Dr. W. Vosstraat 25) en in 1970 zijn we verhuisd naar nummer 9, waar wij nog steeds wonen.

Na het behalen van mijn diploma Ziekenverpleging B werd ik aangesteld als verpleger. Later behaalde ik de rang van waarnemend eerste verpleger, daarna verpleger A en tenslotte eerste verpleger. Voor zover ik weet bestaan de rangen niet meer in deze vorm. In november 1991 trad voor mij het FLO (Functioneel Leeftijds Ontslag) in. Ik was toen nog gemeenteambtenaar en mocht dus niet langer blijven. In het begin vreemd, maar niet meer verplicht vroeg opstaan heeft ook zijn charme. Maar, vanwege het museum ben ik nog vaak in het ziekenhuis te vinden. Voor al deze werkzaamheden ben ik rijkelijk beloond. In 2002 mocht ik de gouden speld van het ziekenhuis ontvangen en in 2003 ben ik Koninklijk onderscheiden (Lid in de Orde van Oranje Nassau), waar ik heel blij mee was.

Ten slotte, als mij de vraag gesteld zou worden: “Als je het over zou mogen doen, doe je het dan weer zo?”, dan zou ik volmondig ja zeggen.

  Gerrit Panhuis.   


Als u dit artikel gelezen heeft, komen bij sommigen van u misschien ook nog herinneringen boven aan “Maasoord”. Het zou erg leuk zijn als u die aan ons zou willen doorsturen zodat we die in een volgende Nieuwsbrief zouden kunnen plaatsen. U kunt uw herinneringen doormailen aan onze medewerkster Coby Kranenburg via e-mail jakranenburg@hetnet.nl.


 

7.7 Wapen Werkershoeve.

In het in 2007 verschenen boek “Rhoon, “Hoe de heerlijkheid van Rhoon veranderde” van Annemarie van Es met foto’s van Kor van Pelt wordt  op bladzij59 een gevelsteen afgebeeld met het jaartal 1775. Welke familie dit wapen voerde is nog niet achterhaald. In samenwerking met Hans Nagtegaal, projectleider heraldiek van het Centraal Bureau voor Genealogie te Den Haag, waar door mij de genealogische gegevens van de toenmalige bewoners van de Werkershoeve zijn aangedragen, werd het volgende meegedeeld.
Het betreft het wapen Van der Wercken. Dit wapen wordt vermeld in Amorial General van Rietstap en in de “Nieuwe Cronijk van Zeeland” deel I, de Wapenkaart van Smallegange.

In beide gevallen wordt vermeld dat het een groene leeuw is, niet rood getongd. De familie Decker heeft een eekhoorn in haar wapen. Dat is wellicht de reden dat als helmteken een eekhoorn is geplaatst. Het wapen moet dus zijn:   gedeeld: I in goud drie zwarte schoorsteenhalen; II in zilver een groene leeuw.

Bastiaen Leendertsz. de Wercker werd in 1604 eigenaar van de hoeve. In 1691 komt Cornelis Huijgen Decker op de hoeve als hij trouwt met de weduwe van Dirck Hendricksz. van Driel die de hoeve in 1673 gekocht had van de erfgenamen van Leendert Bastiaensz. de Wercker. 

Arie Beukelman, voorzitter. 


 

 

7.8 ATTENTIE: Betaling donatie.

Onze stichting werkt uitsluitend met behulp van vrijwilligers en maakt geen aanspraak op geldelijke subsidie.

Om onze werkzaamheden voort te kunnen zetten is de stichting derhalve afhankelijk van vrijwillige bijdragen van particulieren en bedrijven.

Bij de aanvang van het nieuwe jaar vragen wij u even na te willen zien of u uw donatie voor het jaar 2009 al heeft voldaan. Mocht dit niet het geval zijn, dan verzoeken wij u vriendelijk het bedrag van minimaal € 10,– te willen voldoen op giro 69864 t.n.v. penningmeester Stichting Oudheidkamer Rhoon en Poortugaal.

Bij voorbaat onze hartelijke dank.

 

Izak Konings, penningmeester.

Nieuwsbrief nr 7 – januari 2009