Nieuwsbrief nr. 9 – januair 2010 

9.1 Van het bestuur

We staan weer op de drempel van een nieuw jaar, wat het ons zal brengen is nog ongewis. Wat we wel weten is dat wij als Stichting Oudheidkamer Rhoon en Poortugaal een fijn en goed jaar
gehad hebben met twee heel mooie en goed bezochte tentoonstellingen.
Een bijzonder mooi moment was wel dat twee van onze bestuursleden en oprichters, Bram van Hilten en Izak Konings, tot erelid van onze stichting benoemd werden.
Ook de dia middagen werden, gezien het grote aantal bezoekers, erg gewaardeerd. Verder werd er meegewerkt aan de in november verschenen Cultuurhistorische atlas van IJsselmonde, een initiatief van  het Waterschap Hollandse Delta, de Monumentendag en niet te vergeten de Polderdag.
Ook zijn wij verheugd dat we weer een aantal nieuwe donateurs  mochten verwelkomen. Onze donateurs zijn, met zo af en toe de verkoop van een boek, onze enige bron van inkomsten. Het is daarom zo jammer, dat dit jaar de bijdragen wat moeizaam binnen kwamen. Dit kan toch geen gevolg zijn van de kredietcrisis? Ik denk meer aan vergeten of iets dergelijks. Dit keer zit er bij de Nieuwsbrief, om het u gemakkelijk te maken, een acceptgiro voor de donatie over het jaar 2010, zodat we hopelijk minder snel vergeten zullen worden .
Ik wil besluiten met een couplet van een Nieuwjaars, Heil en Zegenwens uit 1899 :

Weer een jaartje afgegeven
Burgers, wis de tijd gaat vlug
Elke klokslag zegt het duidelijk
Weer een uur: ’t komt nooit terug
Zonder stilstand, onverdroten
Gaat de slinger van de tijd
Bovenal wat is en zijn zal
Staat het woord vergank’lijkheid.

Namens bestuur en medewerkers een voorspoedig en gezond 2010 !

Arie Beukelman, voorzitter.

 


9.2  Oudheidkamer benoemt ereleden

 

In de vergadering van 31 augustus jl. heeft het bestuur van de Oudheidkamer Rhoon en Poortugaal aan 2 personen de titel “erelid” toegekend.

Het gaat om de heren A. van Hilten en I. Konings. Beiden hebben vanaf de oprichting van de Oudheidkamer Rhoon en Poortugaal in 1988 een bestuursfunctie vervuld.
De heer Van Hilten was jarenlang voorzitter en de heer Konings penningmeester.
Gedurende een lange reeks van jaren hebben zij een grote bijdrage geleverd aan de opbouw en instandhouding van de Oudheidkamer. Het verlenen van het “erelidmaatschap” is dan ook een blijk van waardering voor al hun inspanningen.
Het bestuur van de Oudheidkamer hoopt dat zij beiden nog lange tijd actief zullen blijven.


9.3  Raadfoto

Wie weet wat hier aan de hand is? Zo te zien is het een gezellige drukte op straat voor het gemeentehuis in Poortugaal.

Meer verklappen we niet, maar denkt u het te weten dan kunt u als het correct is een klein prijsje verwachten. Inzendingen vóór 31 maart 2010.

U kunt mailen naar ohk@oudheidkamerrhoonpoortugaal.nl of u kunt zelf langskomen in de Oudheidkamer om uw inzending in te leveren.

 


 

9.4 25 jaar Albrandswaard

 

In 2010 is het 25 jaar geleden dat de gemeente Albrandswaard werd gevormd door samenvoeging van de gemeenten Rhoon en Poortugaal. De aanloop naar deze samenvoeging duurde ongeveer twintig jaar. In deze periode werd door veel mensen, vooral in Poortugaal en de voormalige wijken van Poortugaal (Meeuwenplaat, Zalmplaat en Boomgaardshoek), actie gevoerd om de politiek anders te laten beslissen. Maar de geschiedenis heeft zijn loop gehad en inmiddels zijn we eraan gewend om Albrandswaarder te zijn.
De Oudheidkamer Rhoon en Poortugaal schenkt natuurlijk aandacht aan het jubileum van onze gemeente. Allereerst is de geschiedenis van de afzonderlijk dorpen van belang. We laten zien wat een beroering de samenvoeging en de afsplitsing van de wijken van Poortugaal die naar Rotterdam gingen, teweeg heeft gebracht.
Ook in de vijfentwintig jaar van het bestaan van Albrandswaard hebben er al heel wat veranderingen plaatsgehad. De oude kernen zijn met nieuwe wijken uitgebreid en in de polder grenzend aan Barendrecht is de nieuwe wijk  Portland gebouwd. De gemeentehuizen zijn een hoofdstuk apart.
gemeentehuis
             Met de ontwikkeling van het landschapspark komt wellicht een einde aan de agrarische bedrijvigheid in onze gemeente.

Als extraatje laten wij u de tegeltableaus zien die uit huizen in Rhoon en Poortugaal komen en antieke tegels die in ons bezit zijn.

De tentoonstelling “100 jaar Maasoord” trok veel belangstelling en is nog t/m 30 januari te zien.

Begin februari zijn we twee weken gesloten om de oude tentoonstelling af te breken en de nieuwe in te richten. Op 20 februari gaan we van start met de nieuwe tentoonstelling en zijn we weer iedere zaterdag open van 14.00 tot 17.00 uur.  Wij hopen u allen weer te zien in de Oudheidkamer.

Annie van der Veen-Groenenboom,
secretaris


9.5  Familie op bezoek

Zaterdag 24 oktober 2009 kregen we in de Oudheidkamer bezoek van een groep van 18 personen, allen behorend tot één familie, namelijk de familie Van der Hauw, 9 Van der Hauws met hun huwelijkspartners, tussen 50 en 66 jaar oud.

Therk van der Hauw was gehuwd met Grietje Nawijn, beiden afkomstig uit Friesland (Bolsward) kregen 3 zoons en 6 dochters. De laatste 15 jaar van hun leven woonden ze in Breda. Van daar uit zijn de kinderen getrouwd en over het hele land uitgezwermd: naar Gouda, Brummen, Vlissingen, Bodegaven, Maasland, Boxtel, Alkmaar, Roozendaal èn Poortugaal.

Namle Waringa, afkomstig uit Friesland, werkte in 1920 in het gesticht Maasoord als verpleger. Hij ontmoette daar de verpleegster Maaike Wols uit Mijnsheerenland en trouwde met haar. De jongste van hun 4 kinderen, Anne, huwde in 1994 Corrie van der Hauw.

Een maal per jaar houdt de familie Van der Hauw een familiereünie, zij wonen te veel verspreid om elkaar regelmatig te kunnen bezoeken. Dit jaar werd de reünie  georganiseerd door Anne en Corrie Waringa, die aan de Kerkstraat in Poortugaal wonen.

Op het programma voor die dag stond o.a. een bezoek aan de Oudheidkamer. De familie heeft daar volop van genoten. Voor Anne was het een herinnering aan zijn ouders en aan de plek waar hij als kind woonde, de Dr. Willem Vosstraat.
De verdere familie genoot van al onze onderwerpen, de bodemvondsten van kasteel Valckesteyn, het Brielse aardewerk, de bibliotheek, de stijlkamer en toch ook wel van onze wisseltentoonstelling “100 jaar Maasoord” en alles wat daar omheen nog te zien is, kortom de gehele ambiance.

Roelof Dubel, bestuurslid.


9.6  Vlasteelt.

De landbouw in Rhoon en Poortugaal was eeuwenlang de voornaamste bron van inkomsten voor de inwoners. Men verbouwde granen zoals tarwe, haver, gerst, ook aardappelen, bonen en bieten,  maar vooral ook vlas.
De Nederlandse Stad en Dorpbeschrijver L. van Olleffen en R. Bakker schreven in 1793:

Het dorpje Poortugaal genoemd,
Is door zijn graan en vlas beroemd
T’is klein maar luchtig zindelijk tevens
En schenkt het stil genot des levens.

Vlas is een plant uit de vlasfamilie Linaceae en wordt al meer dan zesduizend jaar verbouwd.
Vezelvlas voor linnen en olievlas voor lijnzaadolie. Vlas wordt meestal in de eerste helft van april gezaaid en bloeit in juni. Men zaaide meest het blauwbloemzaad, afkomstig uit Rusland, met prachtige blauwe bloemen, het Friese vlas was meestal wit van kleur.

Ds. Jan Jakop ten Kate ( 1819-1889) maakte over vlas het volgende gedicht:
Verrukt aanschouwen!
Die frissche landouwen
Versierd met een weelde van rijpend gewas
Die bloeiende rijkdom, die groeiende zegen
Hoe lacht hij U tegen in ’t golvend vlas
Hoe klopt U het hart, om schoonheid te roemen
Die levende zee, daar wiegt op de wind
Besprenkeld met duizenden bloemen
Door blauw van de hemel getint.

In juli werd het vlas geoogst, men plukte het met de hand uit de grond en het werd op schranken gezet: vijf handen vol was een schrank. De schranken werden op hopen gezet om het vlas en de zaadbollen te drogen.

Als het goed droog was ging het vlas naar Stee (later de vlasfabriek) om in de zwingelketen een reeks bewerkingen te ondergaan.

Men begon met het repelen door de vlastoppen door een kam met opstaande tanden (de repelkam) te slaan. Zo werden de zaadbollen losgemaakt. De bollen werden via een trechter tussen twee cilinderrollen geleid die de bollen braken zonder het zaad te beschadigen. Met de wanmolen werd het zaad van het kaf gescheiden. Het beste zaad diende als zaaizaad voor het volgend seizoen en werd “Revelaar“ genoemd. Het slagzaad ging naar de olieslager die de lijnolie er uit perste. Van het uitgeperste zaad werden weer lijnkoeken gemaakt. Na het repelen werd het vlas in de sloten gebracht waar het met modder werd bedekt, het vlas onderging dan een rottingsproces, d.w.z. de vlasvezel aan de buitenzijde werd losgeweekt van het lint, dit werd roten genaamd.

Later kwam ook het dauwroten in zwang, het vlas wordt terug plat op de akker gelegd en moest gekeerd worden om een egale roting te verkrijgen. Ook ging men om te roten betonnen bakken gebruiken met een inhoud van ca. 100 m² . Daarin werd het vlas 100 uur in water van 37,8 ºC ondergedompeld. Vooral in Rijsoord en ’s-Gravendeel stonden heel veel van deze bakken. Dit proces leverde de mooiste kwaliteit linnen op.
De uitkomst van de vlasteelt was zeer wisselvallig, soms was er vlasbrand, ook “koudebrand“ of “het vuur” genoemd. Dit tast de plant aan vanuit de grond en vernietigt de gehele oogst.
Om die reden mocht op een perceel land maar eens in de zeven jaar vlas worden gezaaid. Om toch te kunnen vlassen huurde men elders in Zuid-Holland, ja zelfs in Noord-Brabant en Zeeland, land. Als er gewied of geplukt moest worden, ging een ploeg mannen uit het dorp met de beurtschipper naar de betreffende boer, men bleef dan enkele weken van huis, sliep in de schuur en kookte zelf een potje eten waarvoor vaak een vrouwspersoon meeging.
In de winter volgde dan in de zwingelketen de laatste bewerking. Het vlas werd gebraakt tussen twee tegen elkaar in draaiende rollen, vervolgens ging men zwingelen. Door de zwingelaars werd met de zwingelspaan op het gebraakte vlas, dat over een zwingelbord hing, geslagen. Door het stof kon men elkaar vaak niet zien wat uiteraard zeer ongezond en slecht voor de longen was. Later werd dit gedaan door een zwingelmolen. De houtdeeltjes die daarbij vrij kwamen – scheven genaamd – dienden als brandstof.

De laatste bewerking was het opmaken. De bundel vlas werd een aantal malen over een plank met ijzeren pennen gehaald, “De Hekel” genaamd. Vervolgens in bosjes van ca. 3 kg. gebonden. Deze bosjes noemde men stenen, naar het Engelse Stone ( is 2,82 kilo). De lokken afval waarin nog vlasvezels aanwezig waren, werden ook gezwingeld en in pakken geperst. Hiervan werd grof garen gesponnen of het werd gebruikt als dichtingmateriaal op de scheepswerven (breeuwen).
De stenen vlas werden opgekocht door de vlashandelaren, vaak uit Rotterdam maar ook uit het buitenland, zoals bv. Engeland en Ierland.

Tegenwoordig is de vlasteelt geconcentreerd in Zeeuws-Vlaanderen, België en Noord-Frankrijk, meer dan 100.000 hectare per jaar. Ruim 70 % is bestemd voor de mode-industrie.

Zoals vermeld gaf de vlasteelt veel werk en trok ook veel arbeiders van buitenaf. Om deze veelal jonge arbeiders speciaal in het weekend in bedwang te houden waren er hulptroepen (marechaussee)  bestaande uit vier man, bestemd voor heel het eiland IJsselmonde. De standplaats was Ridderkerk. Over deze hulptroepen bevindt zich in het gemeente-archief van Ridderkerk een schrijven van de burgemeester van Rhoon, waarin hij het volgende laat weten:
¹)  Op het gedrag van de manschappen van de brigade hulp- marechaussee, gestationeerd in uw gemeente Ridderkerk, was ik tijdens hun verblijf in de gemeente Rhoon, redelijk te spreken en dit  gaf geen stof tot aanmerkingen.
Met leedwezen moet ik nu intussen verklaren dat hun gedrag op de 1e dezer maand februari 1857 zeer te wensen heeft overgelaten. Dat ik van de gelegenheid gebruik heb gemaakt en onderricht aan de bevelhebber van die manschappen heb gegeven, die hen zeer ernstig heeft onderhouden. Als weer ongunstige berichten komen, dat ik mij dan verplicht voel mij aan een hogere macht te beklagen, gelijk ik nu ook doe. Hij had zich door de gemeentebode J. Tromer laten misleiden, ook heb ik de brigadier en de veldwachter op het hart gedrukt zich bij surveillance, noch met bode Tromer, noch met de rijksveldwachter van Beers en evenmin met de onbezoldigde jachtopziener de Klerk in te laten.
Daar deze personen, mij allang bekend staan als zeer grote liefhebbers van sterke drank. (Jacob Tromer was uitbater in “ Het Wapen van Rhoon en Pendrecht “ en kennelijk een goede klant van zijn eigen drankvoorraad.)

¹) Vriendelijk mededeling van A. Maliepaard te Ridderkerk.

Arie Beukelman, voorzitter.


9.7 De vermaarde hoef- en kachelsmid Marten Mons

Marten Mons, op 19 december 1905 in Harderwijk geboren als zoon van Zuiderzeevisser Christinus Elizabertus Mons, was de achtste van tien kinderen. Zijn vader voer met een botter, de HK147, ter visvangst. Zoals gebruikelijk bij vissersfamilies, ging ook Marten, na het verlaten der lagere school, met zijn vader mee naar zee.

Reeds op een van zijn eerste tochten gebeurde er een zeer ernstig ongeluk op zee. De HK67 en de HK147, het schip van Marten’s vader, visten in elkaars nabijheid, misschien zelfs in samenwerking, en werkten met een kuil(net). Op een zeer donkere stormachtige avond werd de HK67 aangevaren door de veerboot Amsterdam-Kampen en zonk direct. Twee slachtoffers werden geborgen. De opvarenden van de HK147 kwamen met de schrik vrij. Voor de 12-jarige Marten was het een zeer traumatische gebeurtenis. Thuisgekomen zei zijn vader: “Jij moet maar niet meer meegaan naar zee, te gevaarlijk, er zijn al genoeg slachtoffers gevallen.”
Dus ging Marten als leerling werken bij een scheepssmederij. De vissersschepen waren toen nog van hout, maar er waren toch wel allerlei metalen onderdelen aan boord zodat een smid er ook een bestaan kon vinden. Dit was helemaal naar de zin van Marten, hij had niet zo’n verlangen naar zee, maar het liefste wilde hij eigenlijk hoefsmid worden. Daarom ging hij toen bij 16 jaar oud was vrijwillig in militaire dienst bij de Cavalerie in Amersfoort, waar hij de opleiding hoefsmid volgde en in 1925 afzwaaide als gediplomeerd korporaal-hoefsmid.

Vervolgens werkte hij 3 jaar bij dorpssmid A.J. Risseeuw in Ooltgensplaat en kon zich daar helemaal uitleven door al die boerenpaarden te beslaan (van nieuwe hoefijzers voorzien). Ook ontmoette hij daar een meisje op wie hij verliefd werd, nl. Francina van Ree, Zij werkte bij de dorpsarts, een paar huizen bij de smederij vandaan. Zij zeemde de ramen van de dokter en hij besloeg de paarden, ze zagen elkaar en zo is het begonnen.
Later werkte hij nog in Oud-Beijerland en in het Westland bij een smid.
Toen begon in 1929 de crisis (daarbij vergeleken is de huidige crisis kinderspel).

In Engeland devalueerde het pond sterling van ƒ 12,– naar ƒ 6,80. Engeland was de belangrijkste afnemer van Westlandse kasproducten. Tengevolge hiervan kwam Marten weer zonder werk.

Hij zei later: In die dagen heb ik heel Nederland onder mijn fiets zien doorgaan om werk te zoeken, echter zonder resultaat. Ten einde raad kocht hij in Meu-Lunteren, gemeente Ede, een stuk grond, liet er een smederij op bouwen en begon voor zichzelf, maar ook dat mislukte. Hij kon er geen droge korst brood mee verdienen.
Ten slotte kon hij een baan vinden bij Werkspoor in Utrecht en bekwaamde zich daar tot elektrisch lasser.

In 1933 kwam eindelijk de grote kans voor Marten Mons. Nota bene via zijn a.s. schoonfamilie op Flakkee kreeg hij de tip dat er in Poortugaal een smederij te huur was. Spoorslags reisde hij hierheen en trof een verlopen zaak aan. Toch greep hij deze kans. Op 20 december 1933, een dag na zijn verjaardag, startte hij zijn eigen smederij. Een prachtig verjaardagscadeau, maar niet voor niets. Er moest enorm hard worden aangepakt om er weer een bloeiend bedrijf van te maken in deze slechte tijd en met zware concurrentie (er was namelijk nog een smid in het dorp). Maar toch, na een klein jaar was hij zover dat hij kon trouwen met Francina van Ree, zijn grote liefde uit Ooltgensplaat. Dit huwelijk werd gezegend met 9 zonen en 1 dochter.

In het pand Dorpsstraat 60 was al een smederij gevestigd sinds 1863. De eerste hier werkende smeden waren Cornelis Kok, opgevolgd door zijn zoon Johannes, die de ontwerper was van de naar hem genoemde Koksploeg. Daarna kwam Bastiaan Gohres en tenslotte Cornelis van Nugteren, van wie Marten Mons de smederij huurde en later kocht.
Marten Mons heeft inderdaad heel hard, zwaar en lang moeten werken om het bedrijf er weer bovenop te krijgen en te houden. Hij werkte letterlijk dag en nacht. Toen hij op een keer ‘s morgens om 04.00 uur aan een wagenwiel bezig was, kwam er een boer voorbij, die zei dat hij er vroeg bij was. Mons zei maar niet dat hij al om 02.00 uur was begonnen.

Het repareren van een wagen ca. 1910

Aan het einde van de oorlog, toen er geen vervoer meer plaatsvond, ging Mons, geholpen door zijn oudste zoon, die toen ± 9 jaar was, met een handkar via het veerbootje op Tuindorp Heijplaat naar de groothandel in Rotterdam om hoefijzers te halen en daarna zwaar beladen weer terug over de Rotterdamse kinderkopjes en de onverharde grintwegen, de Slotsedijk, enz. Ja, oorlog of geen oorlog, de boerenwerkpaarden moesten steeds tijdig van nieuwe ijzers worden voorzien. Uiteindelijk kwam het zover dat Mons hoefijzers uit oude scheepsplaten sneed en zelf in model smeedde. Over vakmanschap gesproken!

Tegenslagen werden Marten Mons ook niet bespaard. Zoals de brand in zijn werkplaats op 1 maart 1958. Zijn werkplaats was een loods achter de oude smederij die zelf was verbouwd tot een winkel waar kachels, wasmachines, fietsen, huishoudelijke artikelen, enz. werden verkocht.
Door onderverzekering kon de loods niet direct worden herbouwd, 18 maanden heeft hij zijn werk in de open lucht moeten doen voordat er genoeg financiën waren om de werkplaats van een nieuw dak te voorzien, de wanden konden nog gebruikt worden.

Ook waren er natuurlijk problemen met niet betalende klanten, vooral in de crisistijd en met samenwerkingsverbanden. Hij was te goed van vertrouwen.

De kinderen werden ook, en al zeer vroeg, ingeschakeld om een steentje bij te dragen. In de oorlog verkocht oudste zoon Tinus al kachelpoets langs de woonhuizen.

Kort na de oorlog werden de 4 oudste jongens er met een kar op uit gestuurd om langs de deuren te gaan met huishoudelijke artikelen. Dat was erg zwaar voor die kinderen tussen 8 en 12 jaar oud. Vele wegen in Poortugaal waren nog onverharde grintwegen en de kar had geen luchtbanden. Als ze met een wiel in een kuil terecht kwamen, konden ze hem er haast niet uit krijgen.

Toch was dit het begin van een winkelketen voor huishoudelijke artikelen, wasmachines, koelkasten, enz. in Poortugaal, Hoogvliet, Spijkenisse en Rotterdam en drie rijwiel- en bromfietszaken. Iedereen werd ingeschakeld, op een bepaald moment werkten alle 10 kinderen in vaders bedrijven.

Behalve een harde werker was Marten Mons ook een sociaal betrokken mens. Vóór 1940 was hij actief lid van de B.V.L. (Bijzondere Vrijwillige Landstorm), in de oorlog was hij actief in de ondergrondse of B.S. (Binnenlandse Strijdkrachten) en waren er onderduikers in huis, ook nog evacués (familie van mevr. Mons) uit door de Duitsers geïnundeerde gebieden, o.a. op Flakkee, en in 1953 weer met de Watersnood.

Als lid van de Gereformeerde Kerk was hij diverse malen diaken en ouderling. Marten Mons was een gelovige en hardwerkende man. Zijn motto was: “God zegent de hand der vlijtigen”. Hij had zijn succes mede aan zijn echtgenote te danken, die hem 10 kinderen schonk en altijd dat drukke huishouden gaande hield. Marten Mons was trots op zijn kinderen, die allen zijn werklust en doorzettingsvermogen hebben geërfd en allen maatschappelijk succesvol waren.
De meesten zijn inmiddels ook al de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd.


Foto van de familie Mons gemaakt in 1959.

In februari 1967 werd door Marten Mons het laatste paard beslagen, het was zijn eigen paard, dat voor hem overbodig was geworden en aan zijn overbuurman, bakker De Reus was verkocht, zodat het zijn laatste jaren voor de bakkerswagen mocht lopen. Het beslaan van het laatste paard kreeg een feestelijk tintje, de hele familie was erbij aanwezig  en er werden foto’s gemaakt.
Ook ander smidswerk verdween, geen kolen-, olie- of gaskachels meer, maar c.v. De heer Mons kon het nu wat kalmer aan gaan doen. De tweede generatie richtte zich meer op verkoop. Toch is het smidsbloed niet geheel verloren gegaan. Nu, in 2009, is een achterkleindochter van Marten Mons smid, goudsmid welteverstaan (leerling).

Vrij kort na het beslaan van het laatste paard, op 20 november 1968, overleed Marten Mons ten gevolge van een hersenbloeding. Zijn echtgenote Francina van Ree overleed op 20 november 1985.

 


9.8  Suikerbieten of pee

Het zaaien en dunnen gaat op dezelfde manier als bij voederbieten. Het rooien gaat anders, namelijk met een bietenspaadje als volgt: spaadje in je rechter hand, steek naast de biet in de grond en met de linker hand trek je zo de biet uit de grond. Je slaat de biet tegen het spaadje om de grond er nog wat af te slaan. De voederbiet staat gedeeltelijk boven de grond, een pee staat gelijk met de grond. Blad afhakken en op hoopjes leggen.
De suikerbiet werd naar Poortugaal of Rhoon gereden, naar de haven of het tramstation en daar gelost met de hand met een bietenriek. Als er een kraan was, ook met netten, die de boeren krijgen. De netten werden vóór het laden in de wagen gelegd en de bieten werden zo gelost, De bieten werden met manden in de schuit of wagon gelegd.
Van iedere wagen werd een monster genomen: een paar bieten in een jutezak, die dichtgemaakt werd en voorzien van de naam van de boer. Dat monster ging naar de fabriek om het suikergehalte te bepalen en ook het tarragewicht. Aan de hand daarvan worden de boeren uitbetaald (ca. 15% suiker).
De bieten gingen naar Oud-Beijerland en Puttershoek. De boeren konden natte pulp terugkopen voor veevoer, bietenblad werd in een put of silo gereden, daar ging grond of natte pulp op voor de winter als veevoer.
In 1901 werd de Zuidhollandsche Beetwortelsuikerfabriek opgericht in Oud-Beijerland, die in 1973 werd gesloten.
In 1912 werd de Coöperatieve Beetwortelfabriek Puttershoek opgericht en in 2004 gesloten. Er zijn nog twee suikerbietenfabrieken in Nederland, één in Dinteloord en één in Groningen (in Vierverlaten bij Hoogkerk).
De bietencampagne begon dit jaar op 13 september. Vanaf die datum tot 5 januari 2010 kunnen de bieten dag en nacht worden aangevoerd.
De bieten in Oost-Limburg en Gelderland worden in Duitsland verwerkt, de bieten aan de grens van Zeeland en Noord-Brabant gaan naar de bietenfabrieken in België.

Lien Barendregt, medewerkster

 


9.9  Activiteiten gedurende het jaar 2009

Op 17 januari werd in de trouwzaal een dia-middag georganiseerd met als titel “Van west naar oost in Albrandswaard”
Tot eind januari liep de tentoonstelling “20 jaar Oudheidkamer”. Deze tentoonstelling werd vervolgens uitgeruimd en daarna werd de volgende tentoonstelling ingericht. Opening van de expositie “Uit en Thuis” vond plaats op zaterdag 21 februari. Deze expositie trok 499 bezoekers.
Op 12 mei werd een dia-presentatie verzorgd bij de ANBO. Dit leverde ons nog enkele nieuwe donateurs op.
De jaarlijkse rommelmarkt van de N.H.-kerk vond plaats op zaterdag 16 mei. De Oudheidkamer was die dag de gehele dag geopend.
Bij de Polderdag op 4 juli hadden we een stand ingericht. Bezoekers konden daar een quiz invullen over verschillende landbouwzaden. De goede invullers kregen een verjaarskalender. Ook hier werden nieuwe donateurs genoteerd.
In juli en augustus was de Oudheidkamer gesloten en werd de tentoonstelling “100 jaar Maasoord” voorbereid. Deze werd op zaterdag 5 september geopend door de heer P. van Heugten, voorzitter van de Raad van Bestuur van het Delta Psychiatrisch Centrum. Ter gelegenheid van de opening werden door twee medewerksters 24 patchwork tasjes gemaakt, die inmiddels allemaal verkocht zijn. De opbrengst kwam uiteraard ten goede aan de Oudheidkamer.
De Oudheidkamer was op zaterdag 12 september de gehele dag geopend in verband met de Open Monumentendag. In de trouwzaal waren oude landkaarten tentoongesteld.
Ook waren we met een stand vertegenwoordigd bij de Historische Landbouwdag op 19 september. Weer mochten we enkele nieuwe donateurs inschrijven.
Op vrijdag 13 november trokken we naar De Hooge Werf om een dia-presentatie te verzorgen voor de bewoners.
Op 28 november verzorgden we 2 voorstellingen van een diapresentatie getiteld “100 jaar Maasoord”, die druk bezocht werd.
Zoals u uit het bovenstaande lijstje ziet, blijven we actief om meer bekendheid aan de Oudheidkamer te geven, en met veel plezier.

Coby Kranenburg, medewerkster.


9.10 Aanwinsten 2009 mei/dec

 

  Zonnebril

  Sigarenetui

  Sigarettenetui

  2 pakjes pijptabak Coopvaert met pijp

  Boekje 40 jaar WCR

  Boekje 60 jr. vv Rhoon

  Boekje 10 jaar vrijwillige landstorm

  Afscheidspreek ds. T.A. van der Vlies

  Programma 700 jaar Poortugaal

  5 jaar Sporthal Rhoon

  afscheid W. Dijkhuizen en 10 jr. Sporthal Rhoon

  80 jaar La Bona Futura

  Kalender Poortugaal 1988 en 1975

  Voetbalplaatjesalbum Maple Leaf

  Voetbalplaatjesalbum

  Menu’s diners gemeenteraad 7 x

  Ledenlijst gereformeerde kerk 1979 en 1980

  Gemeenteblad en ledenlijst geref. Kerk

  Oude Maas Post aantal ex.

  Ledenlijst Oude Maas 1977

  Juliana en Bernhard 12 ½ jaar getrouwd

  Jeugd trainingsboekje Veilig Verkeer

  Vrij Plackaet voor Hollant en Zeeland betr. bezetting Brielle door watergeuzen

  Jaarverslag 1976 WBV Poortugaal

  Onder de Vlam van 26-1-1968 (explosie)

  Onder de Vlam 1940-1945 – 1945-1975

  Dorp Poortugaal, plaatselijk blaadje

  AD 1-2-1978 – 25 jaar Watersnood

  Stukken ver. Voor L.O. op gereformeerde grondslag

  Gemeentepolitiek CDA 1980-2000 A. Beukelman

  Administratie ARP Poortugaal 1956-1980

  Ingelijste oude foto haven Poortugaal

  Dia’s Bejaardenreizen

  Foto’s bejaardenreizen

  Papieren bejaardenreizen 1967 en 1969          

  CD bejaardenreis 1962

  Lied bejaardenreis 1969

  1 lantaarn voor een rijtuig

met initialen v.d. Poest Clement.

  2 x 2 kaarsen van kaarsenmakerij Delta

  “De Gouden Kaars”

  Zak met gereedschap

  Boekje Klederdracht

  Catalogus huish. en geëmailleerde artikelen 1929

  Prijscourant BK 1935

  Verzamelen is ook een kunst

  400 jaar Antiek

  Grote geill. Antiekencyclopedie

  2 dozen met dozen lucifers

  Sunlightzeep

  Palmolivezeep

  Brandweerstaf + foto

  Statuten enz. van Radio Rosa

  Kunststructuurplan bos Valckesteyn

  CDA verkiezingen 1990-1994

  Groenstructuurplan Albrandswaard 1996

  Sleutel opening chr Kleuterschool Wegwijzer

15-6-68

   

Nieuwsbrief nr 9 – januari 2010